Tip 1

Er zijn spelregels voor het aanleggen van geveltuintjes. De gemeente stelt een aantal eisen aan een geveltuin. Deze kunnen verschillen per gemeente, dus informeer hiernaar voor je aan de slag gaat.

Tip 2

Een geveltuin is een tegel, uiterlijk twee tegels breed. Er moet minimaal 1,2 meter overblijven voor voetgangers, rolstoelen en kinderwagens. Let daarbij ook op overlast door overhangende takken of begroeiing.

Tip 3

Graaf voorzichtig, want er kunnen kabels en leidingen onder de grond lopen. Je kunt het beste niet dieper dan 30 centimeter graven. Houd eventuele ontluchtingsroosters vrij en zorg bij goten dat de afwatering niet wordt verstoord.

Tip 4

Als je tegels weghaalt zet deze dan rechtop langs de binnenrand van de strook in het zand. Zo ontstaat een verhoging van 10 à 15 centimeter. Dit voorkomt dat vuil het tuintje inwaait en het verzakken van aangrenzende stoeptegels.



Tip 5

Bomen en struiken zijn te groot voor een geveltuin. De wortels kunnen schade aanrichten aan huis en bestrating. Let erop voor je planten koopt of het geveltuintje in de zon staat of niet. Je kunt kiezen uit winterharde, vaste planten en éénjarige planten. Vaste planten komen ieder jaar terug, bijvoorbeeld stekelnoot, puntwederik, vrouwenmantel, zwaardlelie, maagdenpalm en siberisch edelweiss. Eénjarige planten zijn bijvoorbeeld viooltjes of afrikaantjes.

Tip 6

Een geveltuintje moet er verzorgd uitzien, dat betekent dat je het moet onderhouden. Geef de planten regelmatig water, mest de tuin af en toe bij en verwijder uitgebloemde bloemen en dode planten.

Tip 7

Overleg altijd eerst met de huisbaas om misverstanden te voorkomen. Soms moet je het zelfs bij de gemeente melden dat je aan de slag wilt met een geveltuin. Bijvoorbeeld bij een geveltuin in de binnenstad, omdat ze dan tot het winkelgebied behoort of bij een monument.