Tegenwoordig worden heel veel bomen in pot gekweekt, maar als een boomp vrij lang in een pot staatm, groeien de wortels gewoon door en gaan zich spiraalsgewijs langs de binnenkant van de pot opwinden. Dan ontstaat er een soort wortelbal die na het uitplanten in de volle grond heel moeilijk naar buiten toe uitgroeit. De wortels kunnen dan ook minder goed water en voedsel zoeken en de boom krijgt het moeilijk.

Als je de kluit van een boom uit zijn pot haalt, dan moet je de buitenste wortellaag ook altijd wat losmaken voor je hem inplant. Bij bomen die met kale wortels (zonder kluitgrond eromheen) worden geleverd heb je dat probleem niet. Die moet je alleen zo snel mogelijk inplanten, want de wortels drogen heel snel uit. Wat je van de wortels ziet, is eigenlijk alleen het hoofdwortelstelsel. Wat je niet ziet, zijn heel fijne haarworteltjes die daaruit groeien en die het eigenlijke werk doen.

Hoe je moet planten



De boom moet weer zo snel mogelijk op zoek kan gaan naar voedsel in zijn nieuwe omgeving. Daarvoor is een ruim plantgat nodig en grond waar de wortels in kunnen doordringen. Als je in lichte grond (zandgrond) plant is het goed dat te verbeteren door organisch materiaal (compost/vochtige potgrond) door de uitgegraven grond te mengen. Door zware kleigrond kun je fijn grind of grof zand mengen. Dat bevordert de drainage.

Hoe diep moet je planten



Plant de boom net zo diep als hij in zijn pot of op de kwekerij stond. Dat kun je zien aan de verkleuring op de stam. Spreid de wortels van bomen met kale wortels goed uit en zorg dat de worteleinden plat liggen. Let erop dat bij het vullen van het gat de grond goed tussen de wortels terecht komt. Het helpt als je bij het opvullen de boom iets laat ‘trillen’ (even iets op en neer schudden). Trap de grond daarna stevig aan en geef flink water. De grond in het plantgat mag kletsnat worden.

Bomen met kale wortels kun je het beste tussen november en maart planten. Bomen die in pot zijn gekweekt kun je in principe het hele jaar door planten. Plant nooit als het vriest, als de grond (nog) bevroren is, als de grond kletsnat is of juist erg droog.

Boompaal





Op een winderige plek is het altijd aan te raden bij een jonge boom een boompaal te zetten. Die moet je niet in de bodem van het plantgat slaan als de boom daar al staat. Dan beschadig je de wortels. Dus eerst het gat graven, sla dan de boompaal in de bodem en daarna zet je de boompaal erbij. Spreid de boomwortels er omheen uit.

Gebruik een paal van onbehandeld hout of één die onder hoge druk is geïmpregneerd, waar dus geen impregneermiddel kan uitspoelen.Dat is puur vergif voor de wortels!

Als je een boom uit een pot plant, moet je de paal schuin inslaan (onder een hoek van 45 graden), zodat de kluit er makkelijk naast in het gat past, maar de boom wel makkelijk aan de paal kan worden gebonden.

Onkruidvrij houden en water geven



De wortels moeten zich zo snel en goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Daarvoor is het heel belangrijk dat ze over voldoende water kunnen beschikken. Blijf de boom het eerste seizoen na het inplanten regelmatig water geven. Het is heel makkelijk als je daarvoor een oud plantenpotje boven de wortels in graaft, waar je als in een trechter water in kunt gieten dat dan vanzelf naar de wortels sijpelt.

Ook heel belangrijk is dat de boom zolang hij jong is geen last van onkruidgroei bij zijn wortels heeft. Houd een ruime cirkel grond (een zogenaamde boomspiegel) rond de stam vrij van onkruid door het eerst goed te wieden en daarna de grond af te dekken met een bijvoorbeeld boombastsnippers.