Materialen:

  • Twee latjes, bijvoorbeeld van bamboe, die zijn licht
  • Vliegerpapier
  • Vliegertouw
  • Lijm
  • Stanleymesje


Stap 1

De twee latjes vormen het geraamte van de vlieger. Deze kun je zo groot maken als je zelf wilt. Je hebt een staande lat en een dwarslat. De staande lat is iets langer dan de dwarslat, de verhouding is ongeveer 5 : 4. Plaats de dwarslat op ongeveer een kwart van de bovenkant van de staande lat.

Stap 2

Bind de latten met touw aan elkaar in het midden aan elkaar. Doe hier een klein kloddertje lijm op zodat het goed blijft zitten.

Stap 3

Maak aan de uiteinden van de latjes klein inkepingen en span hier het touw tussen. Bind onderaan de staande lat een lus waar je de staart aan kan hangen.

Stap 3

Leg het geraamte op het vliegerpapier. Teken het geraamte op het paper en houd ongeveer drie centimeter extra naast het geraamte aan. Knip dit uit.

Stap 4

Knip de hoeken in en smeer de drie centimeter extra in met lijm. Vouw het papier om het touw van de vlieger en plak het vast.

Stap 5

Maak net boven het kruis en op 10 centimeter van de onderkant kruisjes in het papier. Neem een stuk touw en steek dit door het bovenste gat en knoop dit vast. Steek het andere deel van het touw door het onderste gat en knoop ook dit vast.

Stap 6

Maak op ongeveer eenderde van de vlieger een lus waar je het vliegertouw aan bevestigt.

Stap 7

Maak voor de staart een stuk touw vast aan de onderste lus van de vlieger. Knip een stuk (gekleurd) papier en knoop deze als een strik aan de staart. Maak nu een groot stuk touw vast aan de lus en klaar is de vlieger.

Veel vliegerplezier!