Een verlichtingsplan maken is niet zo eenvoudig; één lamp kiezen is al een opgave laat staan voor je hele huis. Licht voor de keuken, de badkamer, decoratieve lampen, tuinverlichting, energiebesparende LED-verlichting en spaarlampen: voor alles is een oplossing, maar je moet wel weten wat je wilt.

Voor je een verlichtingsplan gaat maken...
Begin voor het opstellen van het verlichtingsplan met een inventarisatie van de aanwezige stroompunten in de woonkamer. Zo voorkom je dat je straks meterslange verlengsnoeren moet gebruiken als je lampen gaat plaatsen. Een verlichtingsplan bestaat uit drie onderdelen: basisverlichting, sfeerverlichting en accentverlichting.
Basisverlichting
Basislicht is het eerste licht dat je aandoet als je een kamer inkomt. Dankzij deze verlichting heb je meteen overzicht. Het is vooral een functionele vorm van verlichting, dus deze hangt aan het plafond. Het verspreidt een zacht en gelijkmatig licht, ook wel diffuus licht genoemd. Je kunt bijvoorbeeld een spaarlamp of een LED-lamp gebruiken voor je basisverlichting.

Dimmen
Basisverlichting kan ook sfeerverlichting worden doormiddel van een dimmer. Sommige lampen hebben een ingebouwde dimmer, maar als dat niet het geval is, is het omwisselen van een gewone schakelaar tot eentje met een dimmer een simpel klusje.
Schakel de stroom uit en haal de oude dekplaat en tuimelaar van de muur. Haal de fasedraad en de schakeldraad los van de schakelaar en monteer deze op dezelfde manier op de dimmer. Op de dimmer staan vaak pijltjes aangegeven zodat je weet welke draad waar moet. Het pijltje dat richting de muur gaat staat voor de stroom aanvoer, dus de bruine fasedraad. Het pijltje dat de andere kant op staat voor de afvoer naar de lamp is de zwarte schakeldraad.
Klem de draden onder de palletjes en schroef de dimmer op zijn plaats.
Er bestaan helaas nog niet veel spaarlampen die werken met een dimmer.
Accentverlichting
Een mooie, warme gloed is fijn voor de sfeer, maar als je een boek wilt lezen weer minder geschikt. Accentverlichting zorgt voor direct licht. Zoals bijvoorbeeld een leeslamp bij de bank, of een lamp om je schilderij te verlichten. Hiervoor kun je onder andere halogeenspots gebruiken.
Sfeerverlichting
Nadat de basis in orde is kan er gekeken worden naar de sfeer van de kamer. Dit is de indirecte verlichting die je ’s avonds aanzet om gezellig bij te kunnen gaan zitten. Vormen van sfeerverlichting zijn een tafellamp, een hanglamp boven de eettafel en een schemerlamp. Een LED-lamp is ideaal als sfeerlamp.

Verlichtingsplan toepassen
Ga uit van de functionaliteit van de ruimte. In een keuken is het bijvoorbeeld belangrijk dat er een lamp aan het plafond hangt (basisverlichting), onder de bovenste keukenkastjes hang je spotjes zodat je niet in je vingers snijdt (accentverlichting) en bovenop en naast de kastjes kan je nog wat sfeerverlichting ophangen.
Hanglampen
Hanglampen zorgen voor een schaduwloos licht. De overgang tussen donker en licht is heel geleidelijk. Wanneer je een hanglamp boven de tafel plaatst, moet je zorgen voor een tussenruimte van 55 tot 60 cm. Voor mooi, helder licht moet de kap wit zijn aan de binnenkant. Hanglampen versterken een klassiek of romantisch interieur.
Lampen
Let als je voor de verlichting hebt gekocht ook op de lamp. Een heldere gloeilamp staat bijvoorbeeld mooi in een transparante lamp. Of kies voor speciale kaarslampjes bij een kroonluchter. Kies bij je verlichtingsplan altijd voor een basis van lampen met een laag wattage. Deze moet je goed over de ruimte verdelen.
Je kunt natuurlijk ook je tuin mooi uitlichten. Kijk hiervoor bij tuinverlichting





