Binnenkijken in een prachtig verbouwde woonboerderij van ruim 100 jaar oud

We mogen bij Jos van Empel (44) en Wendy Hoefnagels (42) binnenkijken op één voorwaarde: geen onpersoonlijke, strak gestylde toestanden alstublieft. “Hier wordt geleefd. De mensen maken ons huis mooi, niet de spullen.”

De ruim honderd jaar oude boerderij van de familie Van Empel staat in het Brabantse dorpje Middelrode. Aan de voorkant springt hij niet eens zo in het oog – des te verrassender zijn de achter- en binnenkant. En dan die omgeving… Een oude beukenlaan, landgoed Seldensate om de hoek, een fruitboomgaard; veel idyllischer wordt het niet. “Wij zijn enorme bofkonten, dat beseffen we heel goed”, benadrukt Wendy, terwijl ze in de leefkeuken kokosreepjes met dadel staat te maken. 

Al sinds 1815 wonen er Van Empels op deze plek. “De oorspronkelijke boerderij is in 1903 herbouwd, omdat alle eiken balken rot waren. In dat herbouwde pand wonen wij nu nog”, vertelt Jos. Hij is de jongste uit een gezin van vier en was de enige die dolgraag in het stalgedeelte van de boerderij wilde wonen. “Mijn broer Peter had al een fijn huis, Marieke werkte op dat moment in Afrika en Rita woonde in Canada. Ze vonden het mooi dat wij naast onze ouders kwamen te wonen”, vertelt hij. “De stal was in hele slechte staat, maar daar konden wij doorheen kijken.”

 

Extra rol

Toch gingen hij en Wendy niet over één nacht ijs. Wendy: “Ik kon het goed vinden met mijn schoonouders, Wim en Marietje, maar we wisten dat zij leed aan Huntington: een erfelijke hersenziekte waardoor ze binnen enkele jaren veel zorg nodig zou hebben. Hoewel die taak zeker niet alleen op ons zou neerkomen, heb je als buren toch een extra rol. Die taak hebben we met liefde vervuld. Ik heb er nooit spijt van gehad.”

Campinggevoel

In 2002 trokken Jos en Wendy in een keet in de achtertuin, waar ze ruim vier jaar zouden wonen. Jos: “Ik heb zoveel mogelijk zelf gedaan, met veel hulp van Wendy’s vader en ons pap. ‘Da kunde gij hèndig zelf’, zei mijn schoonvader steeds. Van hem heb ik veel geleerd.” Van bouwstress hadden beiden weinig last, vertelt Wendy: “Ik vond het superleuk, dat campinggevoel, altijd mensen over de vloer. En ik maar koffiezetten en eten koken voor iedereen. Alleen het plaatsen van de dakplaten was echt stressen. We hadden nog maar één dag voor de hijskraan kwam. Overal haalden we werklui vandaan, die dag heb ik zestien liter erwtensoep gekookt – een record. Toen ze klaar waren, begon het te sneeuwen. We waren nét op tijd.”

Nieuwe oude trap

Een van hun woonwensen was een open, houten trap middenin de kamer. “We zagen zo’n trap ooit in een Belgisch cafeetje en wisten meteen: dat willen wij ook. De timmerman heeft zelfs de treden wat bijgeschaafd om ze ingesleten te laten lijken. De trap is een mooie scheiding tussen keuken en kamer, dat kan zo’n grote ruimte goed gebruiken. We zijn er nog steeds heel blij mee.” Een andere hartenwens was een leefkeuken. Vooral Wendy is daar vaak te vinden. “De ontwerper stelde voor om de spoelbak helemaal in de hoek te plaatsen, zodat de kraan leek op een waterpomp die uit de muur komt. Het leek een geweldig idee, maar achteraf gezien is het superonhandig. Je hebt totaal geen werkruimte aan de rechterkant.”

Schuiven met spullen

Toen de stal na vier jaar eindelijk bewoonbaar werd, kon Wendy aan de slag met inrichten. “Ik kon écht niet meer wachten. Soms stond Jos in de ene helft van de kamer nog te werken, terwijl ik de andere helft al aan het inrichten was.” Jos liet haar haar gang maar gaan – en dat doet hij eigenlijk nog steeds. “Wendy blijft schuiven met spullen. Kom ik thuis, is de tafel weg. Of kan ik het bestek nergens meer vinden. Dat maakt me niks uit. Ik vind het mooi, wat ze doet.”

 

Inrichting moet groeien

Inmiddels zijn we tien jaar en drie kinderen verder. “Nu wordt het huis pas echt mooi”, vindt Wendy. Een inrichting is als een verzameling, die moet groeien. Ik hou me niet meer zo bezig met trends, ik vind het juist leuk om een eigen sfeer te creëren. Dat hoeft niet veel te kosten. Laatst breide ik een vloerkleed van allerlei restjes wol. Daar kan ik enorm blij mee zijn.” Tot een paar jaar terug deelde ze haar favoriete momenten in en om het huis enthousiast op Instagram. In no time had ze 2.000 volgers. “Hartstikke leuk, maar het groeide me compleet boven het hoofd. Ik zat constant op mijn telefoon. Toen ben ik rigoureus gestopt, het was me nooit te doen om de aandacht.”

Koffie met Wim

Hoewel Wendy hun leven niet meer deelt op social media, worden Jos en zij nog steeds het meest gelukkig als ze hun huis met anderen kunnen delen. “Ons pap is begin 2017 overleden”, vertelt Jos. “In het jaar daarvoor kwamen er ontzettend veel mensen bij hem langs, vaak wipten ze ook even bij ons binnen. Dat kan hier, daar is dit huis voor gemaakt. Sinds zijn dood is het stiller. Elke maandag dronken we samen koffie; steevast om 10 uur en om half 3. Dat mis ik enorm.” Ook Wendy pakt mis op Wim. “Hij was mijn cursus mindfulness. In zijn huis leek de tijd stil te staan, ik kwam daar helemaal tot rust.”

Geen druk

Beetje bij beetje ruimen Jos, Peter en Marieke de spullen in het ouderlijk huis op. Elke woensdagavond zitten ze er samen in de keuken, meestal schuift Rita vanuit Canada aan via Facetime. “Laatst hebben we zo een oude videoband van een familievakantie zitten kijken”, vertelt Jos. “Het is fijn dat daar tijd voor is, er zit helemaal geen druk op.” Terwijl het op nummer 19 stil blijft, gaat het leven op nummer 21 door. “We zetten iets voort, zo voel ik dat echt”, zegt Wendy. “Soms fiets ik ’s morgens met de kinderen over het bruggetje naar school en dan denk ik: hier fietste Marietje vroeger ook. Dat is toch mooi?”

 

Tekst: Laura van der Burgt voor BaMi Magazine

Fotografie: Edith Verhoeven

Deel dit bericht

Wekelijks inspiratie ontvangen over interieur & tuin?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Dit is geen correct e-mailadres We hebben je een e-mail gestuurd om je e-mailadres te bevestigen.